Deze gemeenschap was edel en schoon.

Een deken van warmte met daardoor de Demer,

waar barbecues branden

een speeltuin vol zand

op de markt waar kinderen spelen.

 

Onze gemeenschap was edel en schoon.

De volle terrassen met vollere glazen,

men klinkt op het moois dat nog komt

tot het uur dat de avond verstomt,

de kaarsen door ons uitgeblazen.

 

Onze gemeenschap edel en schoon.

 

Verloren onder de mensen.

Gebrandmerkte huizen

met kippen bruin geblakerd,

verlaten

in het donker.

 

Voor zichzelf,

ze kent de toekomst niet.

Ze is onzeker

laatste druppel, laatste beker

laatste traan en laatste lied.

 

Waar ben je gebleven?

 

Deze gemeenschap was edel en schoon,

verloren onder de mensen,

een deken van warmte met daardoor de Demer,

gebrandmerkte huizen

waar barbecues branden

met kippen bruin geblakerd,

een speeltuin vol zand

verlaten

op de markt waar kinderen spelen

in het donker.

 

Onze gemeenschap was edel en schoon

voor zichzelf.

De volle terrassen met vollere glazen,

ze kent de toekomst niet.

Men klinkt op het moois dat nog komt,

ze is onzeker

tot het uur dat de avond verstomt.

Laatste druppel, laatste beker

de kaarsen door ons uitgeblazen.

Laatste traan en laatste lied.

 

Onze gemeenschap edel en schoon,

waar ben je gebleven?

 

Anton en Simcha van der Beek

 

poëziewedstrijd ‘Warm Bilzen, edel en schoon’

winnaar Poëzieprijs Mathieu Wijnen